I. Het fundamentele criterium voor bewijskrachtII. Inferentiele en klassieke logicaIII. Het bewijs uit het ongerijmdeIV. Het probleem van Locke-BerkeleyV. Over de zogenaamde denkmachineVI. De paradoxenVII. Verstand en intuitieVIII. Geformaliseerde talen en normaal taalgebruikIX. Beschouwingen over het logisch denkenX. Constanten van het wiskundige denken